
Wet op de Dierproeven
Wat betekent dat?
Werken met proefdieren in Nederland.
Dit document gaat over de mensen die als deel van hun hun taken direct met proefdieren werken en welke opleidingen nodig zijn om dat te mogen doen. Deze mensen zijn ook de grootste doelgroep van onze vereniging, naast o.a. faciliteit managers, de leden van instanties voor dierenwelzijn, dierexperimentencommissies en aangewezen medewerkers en dierenartsen.
Je mag in Nederland niet zomaar betrokken zijn bij de uitvoer van experimenten of onderwijs met dieren, wat valt onder de Wet op de Dierproeven (WoD). Dit zijn beschermde functies gereguleerd onder de Wet op de Dierproeven. Proefdieren zijn alle dieren die onder de WoD worden ingezet in onderzoek of onderwijs, of daar specifiek voor gehouden of gefokt worden.
Relatie met Europese wet- en regelgeving.
De Nederlandse wetgeving is een invulling van Europese Richtlijnen. De belangrijkste richtlijn 2010/63/EU geeft sturing aan de gehele WoD.
Registratie als bevoegd
Mocht je op je werk met proefdieren willen werken, doordat je gevraagd wordt ze te verzorgen, of omdat je betrokken bent in de onderwijs of onderzoek met deze dieren, dan kun je hier lezen wat er nodig is om daarvoor toestemming te krijgen. Met de juiste opleiding kun je bij de organisatie inschrijven als “bevoegd”. Dit is verplicht, zonder registratie meewerken aan dierproeven is verboden (tenzij er sprake is van ontheffing). In Nederland is de registratie decentraal. Dat betekent dat je niet inschrijft bij de overheid (zoals het BIGregister of bij het Diergeneeskunderegister), maar dat doet bij de organisatie die een vergunning heeft voor dierproeven. Meestal is dat de organisatie waarvoor je werkt, of waarvoor je taken uitvoert. Zo’n organisatie heet een vergunninghouder. Elke vergunninghouder heeft daarvoor iemand aangenomen. Deze noemen we een functionaris competenties (FC) en die voert taken uit die in de WoD omschreven staan in artikel 13f.3c. Naast bevoegd behoor je ook nog bekwaam te zijn en voortdurend te worden opgeleid. Dit staat kort beschreven, maar stem je af met de FC bij je inschrijving of vooraf aan de uitvoer van werkzaamheden of het opnemen van taken.
Beschermde uitvoerende functies binnen de Wet op de Dierproeven (WoD).
Dierproeven mogen alleen worden uitgedacht en uitgevoerd worden door mensen die de juiste opleiding hebben. Die eisen gelden ook voor de verzorging van proefdieren. Deze mensen zijn bevoegd.
De in de wet beschermde functies beschreven in de Wet op de Dierproeven (Wod)
De Nederlandse overheid stelt eisen aan de opleiding, van degenen die:
- het project en de dierproef opzetten (art. 9)
- dierproeven verrichten (art. 13f.2b)
- dieren verzorgen en doden (art 13f.2a)
Gebruikte benamingen voor werknemers in deze functies
Over het algemeen zijn de benamingen voor bovengenoemde functies uit de Wet op de Dierproeven als volgt:
- De “onderzoeker” is degene die het project en de dierproef opzet
- De “Biotechnicus” of “Biotechnisch analist” is degene die dierproeven verricht
- De “proefdierverzorger” is degene die dieren verzorgt en doodt
Wat mogen personen in deze functies
De wet laat echter meer functies toe, afhankelijk van de opleiding.
De onderzoeker mag, zover hij bekwaam is:
- Dierproeven opzetten en voor de uitvoer toestemming vragen
- Dierproeven verrichten
- Proefdieren verzorgen
- Proefdieren doden
De Biotechnicus en Biotechnisch analist mogen, zover bekwaam:
- Dierproeven verrichten
- Proefdieren verzorgen
- Proefdieren doden
De proefdierverzorger mag, zover bekwaam:
- Proefdieren verzorgen
- Kleine proefdieren doden
Enkel voor de diersoorten waarmee deze bekend zijn.
Vooropleidingseisen
Onderstaande documenten verwijzingen geven per functie de relevante gedeelten uit wet- en regelgeving weer. Ze omvatten de eisen die zijn vastgelegd in de Wet op de dierproeven (Wod), het Dierproevenbesluit 2014 (DPB) en de Dierproevenregeling (DPR) die leiden tot een bevoegdheid. Ook de verwijzing naar opleidingen in het Besluit erkenning cursussen en diploma’s proefdieren (BEC) is toegevoegd. Ze geven ook de mogelijkheden van gelijkstelling of ontheffing van degenen die niet direct voldoen.
- degenen die het project en de dierproef opzettenWoD: Art 9, DPB: Art 2; Art 8, DPR: Art 5; Art 6; bijlage 6, BEC: Art 2
- WoD: Art 9, DPB: Art 2; Art 8, DPR: Art 5; Art 6; bijlage 6, BEC: Art 2
- degenen die dierproeven verrichtenWoD: Art 13f.2b, DPB: Art 8, DPR: Art 5; Art 6; bijlage 8, BEC: Art 3
- WoD: Art 13f.2b, DPB: Art 8, DPR: Art 5; Art 6; bijlage 8, BEC: Art 3
- degenen die dieren verzorgen en dodenWoD: Art 13f.2a, DPB: Art 8, DPR: Art 5; Art 6; bijlage 9, BEC: Art 3
- WoD: Art 13f.2a, DPB: Art 8, DPR: Art 5; Art 6; bijlage 9, BEC: Art 3
Indien je de juiste vooropleiding hebt, ben je bekend met deze wet en weet je welke functies je mag vervullen. De eisen per functie zijn in de hierboven gegeven links weergegeven, maar hier nogmaals samengevat:
- De “onderzoeker” heeft een relevante Master of Science, met daardoor algemene kennis van vertebraten om daarmee onderzoek te doen. Daarbij heeft de onderzoeker een erkende proefdierkunde cursus gevolgd en een cursus betreffende de soort(en) waarmee zal worden gewerkt.
- De “Biotechnicus” of “Biotechnisch analist” heeft een opleiding tot analist of dierverzorger, in de regel op HBO of MBO4 niveau met daarin de juiste specialisaties of keuze onderdelen.
- De “proefdierverzorger” heeft een opleiding dierverzorging met aanvullend de juiste specialisatie of keuzeonderdelen.
Meer over opleidingen, de mogelijkheden en de uitkomsten in dit artikel uit het tijdschrift van DALAS, Biotechniek.
Wat mag je doen tijdens een stage?
Indien je een opleiding volgt tot een bevoegdheid die in de vorige paragraaf is beschreven, dan mag je onder toezicht dezelfde of een deel van deze handelingen doen. Wat je precies wel mag doen en wat niet, bepaald je vergunninghouder volgens een handreiking die door DALAS is uitgegeven. Je begeleider meld jou daarvoor aan bij de IvD. Als je bij de IvD van je vergunninghouder bekend bent en er het juiste toezicht is, mag je betrokken zijn bij de verzorging of de inzet van proefdieren. Dit staat in art. 6 lid 4 van de DPR. Als stagiaire ben je welkom als lid van DALAS, als student zelfs tegen een gunstiger tarief.
Bij- en nascholingsprincipes van bevoegde mensen
De WoD bepaalt dat onder de verantwoordelijkheid van de ‘functionaris competenties’, “…personeelsleden bij elke fokker, leverancier en gebruiker voldoende geschoold en bekwaam zijn, en voortdurend worden opgeleid….” (zie art. 13f, lid 3, onderdeel c van de Wod).
In februari 2018 heeft het 3Rs-Centre ULS in samenwerking met het IvD-platform een handreiking opgesteld voor de praktische implementatie van nieuwe wet- en regelgeving omtrent het leven lang leren in de proefdierkunde. Het document is in februari 2019 uitgewerkt en opnieuw gepubliceerd in samenwerking met het NCad.
Download hier de handreiking Leven Lang Leren in het dierexperimenteel onderzoek.
De vergunninghouder werkt dit uit tot beleid. Een voorbeeld van zo’n beleid is die van de IvD Utrecht, die dit online hebben weergegeven. Bekijk hiervoor Een ‘Leven lang leren’ in dierexperimenteel onderzoek te vinden bij Bevoegd, deskundig en bekwaam.
DALAS is een belangrijke bron voor een Leven Lang Leren en een verbindende factor tussen bevoegde medewerkers. Wij nodigen daarom iedereen die betrokken is bij dierproeven uit lid te worden van onze vereniging om bij te blijven binnen deze rol.
Relatie met Europese wet en regelgeving
In de Europese richtlijn 2010/63/EU wordt ook sturing gegeven aan bevoegd personeel. Artikel 23 behandelt bovenstaande functies.
Verder is er een raamwerk document (ook een richtlijn, maar minder bindend) uitgegeven rondom educatie en training. Dit raamwerkdocument geeft sturing aan de opleidingseisen. Deze zijn verwerkt in de hierboven beschreven opleidingen. In Nederland worden met name proefdierverzorgers, biotechnici en biotechnisch analisten uitgebreider opgeleid dan vereist binnen Europa.
Aangewezen functies binnen elke organisatie
Er zijn verplicht aanwezige functies binnen proefdierinstellingen voor toezicht op de dieren en het opleiden van personeel, zoals beschreven in Art. 13f.3 en Art. 14 in de Wet op de Dierproeven. Deze worden hieronder genoemd.
Art 13f.3
De fokker, leverancier en de gebruiker beschikken ter plaatse over één of meer personen die:
verantwoordelijk zijn voor het toezicht op het welzijn en de verzorging van de dieren in de inrichting;
ervoor zorgen dat personeelsleden die met de dieren omgaan, toegang hebben tot specifieke informatie betreffende de in de inrichting gehuisveste soorten;
ervoor zorgen dat personeelsleden voldoende geschoold en bekwaam zijn, voortdurend worden opgeleid en onder toezicht staan totdat zij het bewijs van de vereiste bekwaamheid hebben geleverd.
Art 13f.4
De gebruiker beschikt over personen als bedoeld in artikel 10a1, eerste lid, die verzekeren dat:(...)
b) Een project wordt uitgevoerd in overeenstemming met het projectvoorstel op basis waarvan een projectvergunning is verleend en indien dat niet het geval is, passende maatregelen worden getroffen om dit te corrigeren en deze maatregelen worden geregistreerd.
Art. 14
Iedere fokker, leverancier en gebruiker beschikt over een op het gebied van proefdiergeneeskunde deskundige dierenarts of, indien opportuun, een andere voldoende gekwalificeerde deskundige, die is belast met adviestaken met betrekking tot het welzijn en de behandeling van de dieren.
Benamingen functies personeel
Voor de verschillende 13f.3 functies worden de volgende benamingen gehanteerd:
- Proefdierdeskundige of Proefdierspecialist
- Functionaris proefdierkundige informatie
- Functionaris competenties
Voor de functie onder Art. 14 spreekt men van een:
- Aangewezen dierenarts (indien de persoon is opgeleid als dierenarts)
- Aangewezen deskundige (indien de persoon geen dierenarts is)
En voor 13f.4b wordt geen benaming gehanteerd, omdat het gaat om de algemene uitvoering van het project, dat verzorgd wordt door de betrokken onderzoeker of docent.
Educatie en training van aangewezen personeel
De hierboven genoemde aangewezen functies zijn beperkt beschermde beroepen. Er zijn geen aparte opleidingseisen. Wel hebben deze personen vaak wel vooraf een opleiding tot een beschermde functie afgerond, zoals biotechnicus of onderzoeker, voordat ze aangewezen worden. Dit is noodzakelijk, met name als Proefdierspecialist, anders mag je geen proefdieren hanteren in die functie. Ook als er onder artikel 14 een dierenarts is aangewezen, is dit een beschermde functie, aangezien dierenarts als zodanig een beschermde titel is.
De competentieprofielen van personen bedoeld in Art. 13f, derde lid, onder a, b, c van de Wet op de dierproeven (Wod) en de modules vanuit educatie en training die zij moeten volgen, zijn uitgewerkt en opgenomen in het Europese raamwerk educatie en training. In dat document is wel een scholingseis opgenomen, deze is echter nog niet in de Nederlandse wet doorgevoerd.
Bij- en nascholingsprincipes van aangewezen personeel
In de nascholing volgt het aangewezen personeel in de regel de lijn van de bevoegde personen waarop zij toezicht houden. Met name voor de Functionaris Proefdierkundige informatie en de Functionaris Competenties kan de focus echter op andere onderwerpen liggen relevant voor hun aangewezen taak.
Deze personeelsfuncties liggen dicht tegen die van de Instantie voor Dierenwelzijn aan. In de praktijk zal dit betekenen dat de functies bij één of meerdere personen kunnen worden ondergebracht. Tenzij het om een kleine instelling gaat, dan kunnen deze bij één persoon liggen. Dit betekent dus dat sommige kleine instellingen personen in dienst hebben die veel nascholing moeten doen om de taak kundig te blijven uitvoeren.
Relatie met Europese wet en regelgeving
In de Europese richtlijn 2010/63/EU wordt ook sturing gegeven aan bevoegd personeel. Artikel 24 behandelt de aangewezen personen en Artikel 25 behandelt de aangewezen dierenarts.
Overige betrokken instanties binnen een organisatie
De instantie voor dierenwelzijn
Elke vergunninghouder heeft een instantie voor dierenwelzijn (IvD). Deze hebben een intern toezichthoudende en adviserende rol die staat beschreven in WoD: Art 14a-c en is weergegeven in onderstaande infographic.
In de IvD zit de proefdierspecialist Art. 13f.3a en de IvD moet advies krijgen van de aangewezen dierenarts of ter zake doende deskundige Art 14. Verder staat in Art. 10a.3 dat een uitvoering van een dierproef wordt afgestemd met de IvD. Daarom is het vaak in de praktijk zo dat de persoon met functie Art. 13f.4b hier ook deel van uit maakt. De functionaris competenties maakt geen deel uit van de IvD. Echter, in veel gevallen is een IvD lid ook de FC. Dat is niet in strijd met de wet.
De Dierexperimentencommissie
Elke vergunninghouder heeft maakt gebruik van de Dierexperimentencommissie (DEC). Dit is een onderdeel van het verlenen van een vergunning tot het doen van dierproeven.
Dit proces van vergunning verlenen staat in onderstaande infographic.
Samenstelling en achtergrond van DEC leden staan benoemd in Art. 18 van de WoD.
DEC leden zijn om die reden een doelgroep van DALAS en worden uitgenodigd lid te worden.
In bovenstaande infographic van de IvD Utrecht is het proces van idee naar een dierproef nog eens schematisch weergegeven inclusief de rollen die in dit document beschreven zijn. Neem voor advies voor het aanvragen van een vergunning contact op met de IvD van de vergunninghouder waarbij je deze dierproef wil aanvragen.



